De wereld van Tolkien is compleet anders dan de onze. Vol magie, Hobbits en Orcs. Toch kan zijn proza niet los worden gezien van de ervaringen die hij als jonge man in het Britse leger heeft opgedaan.

A pale, drawn man sits in a convalescent bed of a wartime hospital. He takes up a school exercise book and writes on its cover, with calligraphic flourish: ‘Tuor and the Exiles of Gondolin’. Then he pauses, lets out a long sigh between the teeth clenched around his pipe, and mutters, ‘No, that won’t do anymore.’ He crosses out the title and writes (without the flourish): ‘A Subaltern on the Somme’.
This is not what happened, of course. Tolkien produced a mythology, not a trench memoir. […] Tolkien’s writing reflects the impact of the war; furthermore, […] his maverick voice expresses aspects of the war experience neglected by his contemporaries. […] they represent widely divergent responses to the same traumatic epoch. (Garth: 287)

Wanneer men over oorlog schrijvers, of “war novelists” spreekt, is J.R.R. Tolkien meestal geen naam die de revue passeert. Ondanks het feit dat Tolkien in de Eerste Wereldoorlog heeft gevochten. Net als auteurs die wel tot de war novelists gerekend worden, zoals Wilfred Owen en Siegfried Sassoon. Het wordt zelfs nog schrijnender wanneer je de Cambridge Companion to the Literature of the First World War openslaat. Tolkien wordt niet één keer genoemd. Dat gebeurt wel in The Cambridge Companion to War Writing. Je zou Tolkien verwachten in het hoofdstuk met de titel The First World War: British Writing. Dit is niet het geval. Tolkien komt voor in een hoofdstuk over de Bijbel, in verband met de apocalyptische laatste strijd.

Tolkien in een wereld vol oorlog

Dat alles terwijl een groot deel van de populariteit van In de Ban van de Ring is te danken aan de link tussen dat werk en de Eerste Wereldoorlog. “Although Tolkien was very keen to deny it, part of the popularity of the books is almost certainly down to many contemporary readers’ assumptions that The Lord of the Rings was an allegory of the Second World War.” (Mendlesohn: 47-48) De associatie is dus niet nieuw, maar toch lijkt deze nog niet te zijn opgepakt door onderzoekers in het veld van de oorlogsliteratuur. Niet genoeg, althans, om te zijn opgenomen in de Cambridge Companions over dit onderwerp.

In dit artikel pak ik de link tussen het werk en de wereld van Tolkien op. Met name de wereld die hij trof in de Eerste Wereldoorlog, die hem voor alle jaren daarna gevormd en veranderd heeft:

Men moet werkelijk onder de schaduw van de oorlog raken om de druk ervan volledig te voelen; maar naarmate de jaren verstrijken, schijnt men nu vaak te zijn vergeten dat het geen minder nare ervaring was om in je jeugd door 1914 te worden gegrepen, dan om in 1939 en de volgende jaren betrokken te raken. Tegen 1918 waren al mijn beste vrienden, op één na, dood. (Ring, voorwoord: 12)

Hij schreef dit in reactie op mensen die In de Ban van de Ring probeerden te analyseren als een allegorie voor de Tweede Wereldoorlog. We moeten niet vergeten dat een groot deel van Midden-aarde al voor het uitbreken van deze oorlog op papier was gezet. In de Ban van de Ring werd pas uitgegeven ná WWII, in 1954 en 1955. De funderingen voor dit verhaal waren reeds gelegd in De Hobbit (1937) en De Silmarillion.

Een ander type oorlogsroman

Het citaat van John Garth aan het begin van dit artikel onderschrijft waarom het juist interessant is om Tolkien als oorlogsschrijver te bestuderen. Hij koos ervoor om niet het voorbeeld van dichters als Wilfred Owen te volgen, maar in plaats daarvan situeerde hij zijn verhalen in een wereld die volledig los lijkt te staan van de onze. Door deze afstand tussen Midden-aarde en “onze wereld”, is het moeilijk om invloeden van de Oorlog op Tolkien en zijn werk te bewijzen. Maar, we kunnen wel zoeken naar elementen die een connectie laten zien tussen de wereld van Tolkien, en de wereld die hij schiep in Midden-aarde. Het lijkt tenminste onwaarschijnlijk dat Tolkien zichzelf volledig los heeft kunnen maken van zijn ervaringen bij het schrijven van zijn verhalen:

Een schrijver kan natuurlijk niet onberoerd blijven door zijn ervaring, maar de manieren waarop de kiem van een verhaal de voedingsbodem van de ervaring gebruikt, zijn bijzonder ingewikkeld en pogingen om dit proces te omschrijven zijn hooguit gissingen op grond van bewijsmateriaal dat ontoereikend en dubbelzinnig is. (Ring, voorwoord: 11-12)

Dit is geen poging om de invloed van de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum op de wereld van Tolkien te reconstrueren. Wel is dit een poging om een beeld te krijgen van Tolkien als oorlogsschrijver. Los van de vraag of hij zichzelf zo zag en of het zijn doel was een oorlogsroman te schrijven. Het is een betoog om Tolkiens werk vanuit het kader van de oorlogsliteratuur te beschouwen. Omdat het juist kan helpen bij het beter begrijpen van de verschrikkingen die alle oorlogsauteurs beschrijven.

De klassieke oorlogsroman

Voordat het mogelijk is iets zinnigs te zeggen over In de Ban van de Ring als oorlogsroman, is het eerst nodig een kader te hebben waarin de gebeurtenissen in het boek kunnen worden bestudeerd als herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog. Dit kader wordt geleverd door Astrid Erll’s werk op het gebied van oorlogsliteratuur. Erll onderscheidt vier verschillende “soorten” oorlogsliteratuur: “the experiential, the mythical, the antagonistic, and the reflexive mode.” (Erll: 390) Sassoon en Graves zijn voorbeelden van de eerste: literaire vormen die het verleden laten zien als een doorleefde ervaring. De modus wordt gekenmerkt door reflectie op persoonlijke ervaringen, gedachten en emoties in de loopgraven.

De reflexive mode wordt volgens Erll gekenmerkt door een zekere reflectie op het proces van het herinneren zelf. De manier waarop wordt herinnerd is onderdeel van het verhaal. De aandacht wordt gevestigd op manieren en problemen bij het herinneren van gebeurtenissen uit een (ver) verleden.

Beide modi werken kortom met een direct verslag van de gebeurtenis en een reflectie daarop. Ze vallen daarom af voor de bespreking van In de Ban van de Ring binnen één van de criteria van Erll. Dat laat ons met de mythische en de antagonistische modus.

Kaders voor Midden-aarde

De mythische modus kenmerkt Erll als de herinnering van fundamentele gebeurtenissen, gesitueerd in een ver, mythisch verleden. De antagonistische modus gaat om negatieve stereotypering. Als voorbeeld noemt zij de omschrijving van Duitsers als “de Hun” of “beesten” in vroege Engelse poëzie over WWI.

De weg lijkt hier open te liggen voor Tolkien om als voorbeeld te fungeren, maar Erll noemt hem niet als voorbeeld. Ik zie het als een gemiste kans dat Erll haar classificering niet juist gebruikt voor een onderzoek van de grenzen van de oorlogsliteratuur.

Midden-aarde lijkt het “verre, mythische verleden” bij uitstek. En het is moeilijk een beestachtiger uitbeelding van “de vijand” te vinden dan Tolkien in het leven riep met zijn orcs.

In de Ban van de Ring lezen als oorlogsroman

De mythische en de antagonistische modus zullen dus beiden als leidraad dienen om In de Ban van de Ring als oorlogsroman te bestuderen. Dit verhaal kan hierbij niet los worden gezien van De Silmarillion, de geschiedenis van Midden-aarde die Tolkien kort na WWI begon te schrijven. Hij zou er tot zijn dood aan blijven werken. Het vertelt veel over de geschiedenis van de wereld van Tolkien, en kan helpen bij de interpretatie van bepaalde gebeurtenissen in In de Ban van de Ring.

Hetzelfde geldt voor een verzameling brieven van Tolkien. Veel hiervan richtte hij aan zijn zoon Christopher, die zelf in het Britse leger diende tijdens WWII. Het is opvallend hoeveel termen uit zijn eigen proza Tolkien gebruikt wanneer hij over de oorlogen in de echte wereld schrijft. Deze brieven geven een unieke kijk in Tolkiens persoonlijke beleving van de oorlog en hoe het hem na al die jaren nog steeds achtervolgt

Midden-aarde als een ver, mythisch verleden

Om In de Ban van de Ring te beschouwen in Erll’s mythische modus, moeten we Midden-aarde beschouwen als mythische weergave van West-Europa in een ver verleden. Dat laatste deel zit wel goed: de oorlog om Midden-aarde wordt niet uitgevochten met tanks en vliegtuigen, zwaarden, paarden en pijl en boog. Het verhaal speelt inderdaad in het verleden. We zouden zelfs kunnen zeggen een ver verleden. In de Ban van de Ring speelt zich af aan het einde van de oude era, en het begin van het tijdperk van de mens.

De vraag is dus, of we Midden-aarde ook kunnen zien als een mythische representatie van de landen die waren betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Het helpt dat Tolkien als doel had om een eigen mythologie voor Engeland te creëren. In een brief schreef hij:

But once upon a time (my crest has long since fallen) I had a mind to make a body of more or less connected legend, ranging from the large and cosmogenic to the level of romantic fairy-story […] which I could dedicate simply: to England; to my country. (Letters: 144)

De Gouw als Engeland

Tolkien hield van Engeland, met name het platteland. Die liefde is terug te zien in de beschrijving van De Gouw, tot aan het begin van In de Ban van de Ring onaangetast gebleven door de dreiging die opkomt in het oosten. De Hobbits spelen een sleutelrol:

This allowed him to shift the perspective of fantasy; instead of writing about great wizards and warriors whose motives are hard to understand, he introduced us into Middle-earth through the eyes of a very ordinary ‘little man’ from a kind of England still recognizable to most of his readers. (Mendlesohn: 45)

De Hobbits zijn – mede door de geografische isolatie van De Gouw – grotendeels onwetend door de oorlog die zich in het oosten en zuiden ontwikkeld. Deze geografische isolatie is een andere reden om De Gouw te vergelijken met Engeland. Al wordt de isolatie in dit geval gevormd door bergen en bossen in plaats van zee.

De onschuldige beschrijving van De Gouw staat in schril contrast met de duistere, industriële uitbeelding van Isengard en Mordor. Deze bolwerken van de vijanden Sauron en Saruman zijn tegenpolen van de landelijke, lieflijke Gouw.

Het personage Boombaard – een Ent, of boomherder – is in feite de personificatie van deze tegenstelling tussen (oorlogs-)industrie en natuur. Boombaard is de hoeder van het bos dat is vernietigd door de industriële honger van Saruman.

Isengard als het door oorlogsindustrie verscheurde vasteland

Op deze manier worden de industriële en oorlogszuchtige machten van Sauron en Saruman opgesteld tegenover Boombaard en De Gouw. Vergelijkbaar met de manier waarop het door Tolkien zo geliefde Engelse platteland tegenover de industriële machten van het vasteland stond.

Personally I do not think that either war (and of course not the atomic bomb) had any influence upon either the plot or the manner of its unfolding. Perhaps in landscape. The Dead Marshes and the approaches to the Morannon owe something to Northern France after the Battle of the Somme. (Letters: 303)

De Hobbits worden gedwongen huis en haard te verlaten om te vechten in een oorlog die niet de hunne is, maar van “de grote mensen uit het oosten”. In landen waar zij zelfs nog nooit van gehoord hebben. Vergelijk dit met de Britse “gewone man” die in de Eerste Wereldoorlog naar het front werd gestuurd. Pionnen van de legeraanvoerders die de beslissingen namen. In In de Ban van de Ring zijn het deze “kleine, gewone mannen” die uiteindelijk doorslaggevend zijn voor de afloop van de oorlog.

Sam als monument voor de Britse soldaat

Dit komt het sterkst naar voren in het personage Sam Gewissies. Voor Frodo vervult Sam de rol die in het Britse leger werd aangeduid als de “batman”. Dit is een soldaat die is toegewezen aan een officier voor het vervullen van dagelijkse taken en persoonlijke bescherming. Sam zou uitgroeien tot een van de meest geliefde personage uit In de Ban van de Ring. In zekere zin is hij de eigenlijke held van het verhaal en redder van Midden-aarde.

Zonder Sam zou Frodo zijn missie om de Ring in de vuren van de Doemberg te vernietigen nooit hebben kunnen volbrengen. Frodo is in naam de meerdere van Sam, maar Sam is een monument ter ere van de gewone soldaat. Tolkien: “My ‘Sam Gamgee’ is indeed a reflection of the English soldier, of the privates and batmen I knew in the 1914 war, and recognised as so far superior to myself.” (Carpenter: 81)

De antagonist in de wereld van Tolkien

Zoals hierboven beschreven, is negatieve stereotypering het belangrijkste kenmerk van de antagonistische modus. Het lijkt hier voor de hand te liggen om de Orcs te zien als een karikatuur van Duitse soldaten. Daarbij gaan we er echter al vanuit dat de oorlog in In de Ban van de Ring ten minste ten dele is gebaseerd op de Eerste Wereldoorlog, terwijl het doel juist is die link te lokaliseren.

Orcs zijn een zeer doeltreffend en stereotyperend beeld van “de vijand” in het algemeen – zoals in de klassieke (westerse) uitbeelding van goed (wit) tegen kwaad (zwart) – en daarom van toepassing op iedere oorlog. Er is dus meer bewijs nodig om Orcs te kunnen beschouwen als een negatieve stereotypering van de Duitse vijand in WWI.

De Orcs als het voortbrengsel van Hitler

Ten eerste is het interessant om op te merken wat Tolkien schrijft over het ontstaan van de Orcs:

“[…] dat al die Quendi die in handen van Melkor vielen voordat Utumno werd vernietigd, daar in de gevangenis werden geworpen en door langzame wrede kunstgrepen werden verdorven en tot slaaf gemaakt; en op die manier deed Melkor het afzichtelijke ras van de Orks ontstaan […]” (Silmarillion: 54)

De Quendi zijn de eerste elven en de eerste bewoners van Midden-aarde. Melkor was de originele duistere heer en Utumno zijn vesting. Dit ontstaan van de Orcs vertoont een interessante overeenkomst met de manier waarop Tolkien in een brief schrijft over Adolf Hitler:

Anyway, I have in this War a burning private grudge – which would probably make me a better soldier at 49 than I was at 22: against that ruddy little ignoramous Adolf Hitler […]. Ruining, perverting, misapplying and making forever accursed, that noble northern spirit, a supreme contribution to Europe, which I have ever loved, and tried to present in its true light. (Letters: 55-56)

Hier ontstaat een interessante parallel tussen de achtergrond van de vijand in beide werelden van Tolkien: ooit goede inwoners van Midden-aarde respectievelijk Europa, gecorrumpeerd door hun leiders. Ook al wijst het citaat hierboven naar de Tweede en niet de Eerste Wereldoorlog, ik zie dit als een belangrijke reden om Tolkien als oorlogsschrijver te beschouwen.

De timing van de val van Saruman

Tolkien schiep een groot deel van zijn mythologie in het Interbellum. Een tijd waarin hij opnieuw werd geconfronteerd met de opkomst van een “duistere heer” in de persoon van Adolf Hitler. Ook In de Ban van de Ring kent twee vijanden: Sauron – de opvolger van Melkor – en Saruman, heer van Isengard en verrader van de Orde van Wijzen.

Het verraad van Saruman en zijn bedreiging voor de alliantie van vrije volkeren in het westen, komt pas aan het licht nadat Frodo op zijn reis om de Ene Ring te vernietigen, het plaatsje Breeg is gepasseerd. Een interessant gegeven, wanneer we die naast een brief leggen waarin Tolkien schrijft: “The Lord of the Rings was actually begun, as a separate thing, about 1937, and had reached the inn at Bree, before the shadow of the second war.” (Letters: 303)
Met andere woorden: Saruman werd in het verhaal pas als verrader geïntroduceerd toen Tolkien al op de hoogte was van de opkomst van het Derde Rijk van Adolf Hitler.

Is de val van Saruman een verwijzing naar Hitler?

Saruman zien als een representatie van Hitler lijkt misschien vergezocht, maar toch zijn er aanwijzingen in deze richting. We zouden kunnen zeggen dat Tolkien de opkomst van Hitler zag als een omleiding bij het zuiveren van de naam van het Duitse volk. Of sterker: een omleiding in het verslaan van het slechte in de mensheid en de wereld, zoals de strijd tegen Saruman uiteindelijk slechts een omleiding is voor het uiteindelijke verslaan van de échte vijand, Sauron.

En wat te denken van Sarumans streven om een soort hogere klasse te creëren in het ras van de Orcs, gezuiverd van hun inherente zwakte:

Het is een teken van boze dingen die tijdens de Grote Duisternis kwamen, dat ze de zon niet kunnen verdragen; maar Sarumans Orks kunnen dat wel, ook al haten zij haar. Ik vraag mij af wat hij gedaan heeft? Zijn het Mensen die hij tot verderf heeft gebracht, of heeft hij de geslachten van Mensen en Orks vermengd? Dat zou wel een heel kwalijke zaak zijn. (Ring: 571)

Het onuitroeibare kwaad

Als we Saruman en zijn pogingen om een leger van “Uber-Orcs” te creëren zien als een referentie naar de rassenpolitiek van Hitler, dan is Sauron de personificatie van de steeds weer terugkerende vijand: mogelijk refererend naar “de” Duitse vijand in beide Wereldoorlogen, of naar de inherente slechtheid van de mens. Sauron als opvolger van Melkor, Saruman als opkomende nieuwe dreiging… Het geeft de onuitroeibare slechtheid weer waar Tolkien zich bewust van leek te worden, door de Eerste Wereldoorlog en de ontwikkelingen in het Interbellum:

However it is, humans being what they are, quite inevitable, and the only cure (short Universal Conversion) is not to have wars – nor planning, nor organization, nor regimentation. For we are attempting to conquer Sauron with the Ring. And we shall (it seems) succeed. But the penalty is, as you will know, to breed new Saurons, and slowly turn Men and Elves into Orcs. (Letters: 78)

Conclusie

Of In de Ban van de Ring nu wel of geen verwijzingen bevat naar de Eerste Wereldoorlog, het is te verdedigen om het boek te bestuderen vanuit het kader dat door Astrid Erll werd opgesteld voor oorlogsromans. Midden-aarde als mythische representatie komt het duidelijkst naar voren in het contrast tussen De Gouw / Engeland en Midden-aarde / het vasteland van Europa. Een centrale rol wordt hier ingenomen door de Hobbits, de dappere, gewone man, die zowel in de strijd om Midden-aarde als WWI een doorslaggevende rol hebben gespeeld.

De parallellen verdienen een diepgaander onderzoek. Het vermoeden dat in dit artikel nog slechts is aangestipt – dat de slechte kant van Saruman ten dele is geïnspireerd op Adolf Hitler – kan verder worden onderbouwd. Denk bijvoorbeeld aan hoe Saruman, net als Hitler, wordt beschreven als een begenadigd spreker.

Toch denk ik wel te kunnen stellen dat het zinvol kan zijn Tolkien op zijn minst als oorlogsschrijver in overweging te nemen. Het een op een vergelijk van de wereld van Tolkien en de echte wereld is niet mogelijk, en moet ook niet het doel zijn wanneer het om een schrijver in het fantastische genre gaat. Toch is het wel duidelijk dat er in het werk van Tolkien elementen zijn die lijken te refereren aan de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum.

Een heel andere kijk op oorlog en traumaverwerking

Zoals het citaat waar dit artikel mee opende al beschreef, heeft Tolkien zijn oorlogservaringen en -trauma op een heel andere manier in zijn schrijverschap verwerkt dan auteurs als Sassoon en Owen. In plaats van een loopgraafmemoire of poëzie, schreef hij een mythe. Ik heb gezocht naar aanknopingspunten om die mythe met onze wereld te verbinden, maar in het geval van een fantasiewereld blijft het altijd een kwestie van gissen en aannames.

Het zou zoveel makkelijker zijn als de leider van de Nazgûl Himmler zou heten, maar juist daarin zit de kern van wat In de Ban van de Ring zo’n interessante oorlogsroman maakt:

So I took to ‘escapism’: or really transforming experience into another form and symbol with Morgoth and Orcs and the Eldalie (representing beauty and grace of life and artefact) and so on; and it has stood me in good stead in many hard years since and I still draw on the conceptions then hammered out. (Letters: 85)

Juist deze verwerking van ervaringen tot symbolen en fantasie – het ontsnappen in een andere wereld – geven een interessante kijk in hoe een mens om kan gaan met een trauma zoals Tolkien in WWI heeft opgelopen. “Van je afschrijven” is niet voor niets een bestaande therapie.

Paradoxaal genoeg is dit ook de reden dat zijn werk nooit in deze hoedanigheid bestudeerd wordt. Omdat hij nooit in directe zin over de oorlog heeft geschreven, of slechts aan escapisme – toch altijd een beetje een vieze term in de literatuurwetenschap – deed. Terwijl juist het plaatsen van de ervaringen in een volledig verschillende context – een ver, mythisch verleden bij uitstek – een unieke kijk geeft in de menselijke psyche.